Einde van de rehearsals en hulde aan de security

Maandag 23 mei vinden de laatste rehearsals plaats in de Amsterdamse Ziggo Dome. Daarna reizen The Rolling Stones af naar Madrid waar ze op 1 juni aan hun Europese jubileumtournee (Stones60) beginnen. Was ik afgelopen vrijdag nog net op tijd om een paar krabbels te scoren. Helaas niet van de hoofdrolspelers zelf.

Foto Ron Wood : Wicky Lahssini (een paar dagen eerder gemaakt)

Een vrije dag. Wat doe je dan als Stonesfan? Zeker met de wetenschap dat de heren in het land zijn….dan waag je de gok, ga je sfeer proeven en kijken of er een handtekening te scoren is. Daarvoor moet je wel even de hoer uithangen. Tenminste dat gevoel bekroop mij toen ik afgelopen vrijdagmiddag moederziel alleen bij het hotel post vatte.

Hopen
Tijdens een hapje en een drankje bij het tegenovergelegen café, merkte ik dat het een komen en gaan was van geblindeerde taxi’s en busjes. Buiten het hotel stonden een aantal security- plus crewachtige typen. “Tussen 2 en 3 vertrekken ze meestal om te repeteren,” zo was mij verteld. En dan sta je daar als volwassen man in een smal Amsterdams straatje. Geen andere fans te bespeuren om een babbeltje mee te maken. “Hoe lang moet ik hier wachten? Hoe lang wil ik hier wachten?,” zo dacht ik regelmatig. De gekte van de jonge fan is er natuurlijk wel een beetje af. Maar toch, je hoopt toch op een uniek moment. Voor de laatste keer? The Last Time? Een persoonlijk verhaal of anekdote voor de eeuwigheid. De dagen gaan tellen voor de heren.

Nervositeit
Al vrij snel duikt toetsenist Chuck Leavell op. Met hoed en mondmasker op, duikt hij vanaf links het hotel in. Ik had amper door dat het de sympathieke man uit Georgia was. Vervolgens doet zich geruime tijd een schouwspel voor dat niets met The Stones te maken had, maar wel voor voldoende vermaak zorgde. De gekte voor dat chique hotel in dat smalle straatje. Iedere gast lijkt belangrijk en mag met meerdere auto’s, busjes, limousines voorrijden. Ondertussen zigzaggen tientallen boos kijkende fietsers door de serie auto’s. Ook passeren continu grote groepen wandelende toeristen mijn gezichtsveld. Met te veel om over de te smalle stoep te lopen. Als vervolgens ook nog een leverancier van de kroeg aan de overzijde kratten en vaten komt leveren, is de gekte compleet. Toeterende auto’s, gescheld, iedereen heeft haast. Een toerist die met zijn mobieltje de gekte op beeld wil vastleggen krijgt een reprimande van de hotelportier. Het is verboden om hotelgasten op camera vast te leggen. Het is duidelijk: men is nerveus.

Gek
Een aantal mensen van het hotel plus mogelijke medewerkers van het Stonescircus kijken regelmatig naar mij. “Wat moet die gast daar al 30-45 minuten lang?” Ik zie het ze denken. Ondertussen vermoed ik dat ze na twee weken Stones in hun hotel wel iets gewend zijn. Tevens doemt plotseling het beeld van Mark Chapman in mij op. De gek die Beatle John Lennon voor zijn woning doodschoot. Lang geleden, maar toch. Ik sta daar met een tas. Ze zullen het vast gewend zijn. Waar The Stones verblijven, drommen fans samen. Echter, nu sta ik daar alleen.

Bedankjes en vriendelijkheden
Dan is er steeds meer beweging bij de mensen van het Stonescircus. Een serie busjes en auto’s worden achter elkaar voor de ingang geparkeerd. Een geblindeerd busje links voor een zijdeur, bijna pal er tegenaan. Ongeveer 10 meter van de hoofdingang. Die moet voor Keith Richards zijn, zo weet ik inmiddels. Dan duikt Chuck Leavell weer op. Nu van binnen naar buiten. Ik steek het straatje over, zet mijn mondmasker op, roep zijn naam, maar de toetsenist zit al in het busje. Ik vraag aan de gespierde bodyguard of Chuck effe mijn tourboek kan signeren. Hij denkt even na, maar schudt dan zijn hoofd. “Sorry pal.” Ik loop terug. Niet veel later volgt bassist Daryl Jones. Ik waag het opnieuw. Deze keer met meer geluk. Ook hij zat weliswaar in recordtijd in het busje, maar de chauffeur is mij vriendelijker gezind en wenkt. Ik overhandig hem het boek en de zwarte stift. Tien seconden later krijg ik alles retour. Ik bedank de man, maar de medewerkers reageren op dezelfde wijze en bedanken mij netjes. “Thank you man! Thanks pal!” En ze knikken goedkeurend. Twee minuten later volgt zanger Bernard Fowler. Ik roep zijn naam en hij stopt vriendelijk. We maken een kort babbeltje over Amsterdam, hij signeert het tourboek en bedankt mij vriendelijk terwijl ik hem ook bedank. De rest van de crew reageert weer net zo vriendelijk. Waarschijnlijk hebben ze inmiddels wel door waar ik voor kom. Ik doe telkens netjes het mondkapje op en blijf rustig. Een bodyguard start een babbeltje, vraagt of alles oké met mij is en zegt dan: “See you in a minute man.”

Geen hoofdprijs
De ongekende vriendelijkheden over en weer geven mij moed dat op die wijze ook een krabbel van Keith of Woody mogelijk moet zijn. Mick Jagger verblijft namelijk in een ander hotel. Ik hoop op Keith, maar met de kennis van de situatie bij de zijdeur ga ik voor Woody. Inmiddels vallen er dikke druppels in een zwaar bewolkt Mokum. Hoopvol neem ik mijn post aan de overkant van de straat in en dan…. Gebeurt alles in een flits. Ik zie vanuit mijn ooghoeken nog dat de zijdeur geopend is, een aantal paraplu’s openen zich. Er is beweging, het geluid van een sluitende autodeur en weg is het geblindeerde busje. Was dat nu alleen Keith of ook Ron Wood? Ik kijk verbaasd om mij heen, zie geen enkel busje of auto meer. Een laatste doorweekte bodyguard loopt het hotel in en dan….is de hectiek over. Ik wacht nog een paar minuten, maar de volledige rust die er plotseling heerst, maakt mij duidelijk: ze zijn allemaal vertrokken. Helaas, geen hoofdprijs. Toch een apart uurtje.

Door de regen wandel ik nog naar The Old English Bookstore op de Kalverstraat, koop een plu bij de Xenos en pik dan nog snel The American Book Center op het Spui mee. Ooit jarenlang een vast adresje. De laatste keer moet zeven jaar geleden zijn geweest. Maar de onrust over het slechte weer en mijn treinreis naar het Zuiden zorgen dat ik Amsterdam sneller achter mij laat dan gepland. “Ik ga niet nog een keer in de stromende regen wachten tot ze rond zeven uur weer terug zijn,” zo klinkt het vanuit mijn rationele bovenkamer. Zoals gezegd: de gekte van lang geleden is voorbij. Al is ruim een uur posten voor een hotel al redelijk krankzinnig voor een normaal denkend mens. Mogelijk was het de laatste keer. De vriendelijkheid van security en bodyguards plus de paar krabbels zorgen toch voor een glimlach tijdens de terugreis. Terug naar het normale leven. Nog één keer de gekke fan uitgehangen. Nu rustig wachten en stilletjes genieten van de komende shows. Time waits for no one. And it won’t wait for me.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Andere blog berichten

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Rob Buchholz

Rob Buchholz is een blogging platform waar Rob voortdurend blogs schrijft over verschillende onderwerpen.

© 2021 – Website gemaakt door Venlonline