De polarisatie van Amerika – deel 2: 1994-2008

Sinds de verkiezingen van 2016 is één ding duidelijk geworden: de Democraten en Republikeinen staan verder dan ooit uit elkaar. Bovendien is het electoraat veranderd. Hoe het zover heeft kunnen komen, is te lezen in deel 2 van dit drieluik.

In november 1994 pakten de Republikeinen de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. Newt Gingrich werd gekozen als voorzitter (speaker) en veel partijgenoten bombardeerden hem tot Guru Master. Gingrich klopte zichzelf nadrukkelijk op de borst: “Ik durf risico’s te nemen.” De winst van de GOP betekende een fikse oorwassing voor Clinton, maar de president reageerde strategisch en vestigde zijn aandacht nog meer op het politieke midden. Bovendien gaf hij de Republikeinen weinig ruimte. Tot twee keer toe weigerde hij een plan van die partij goed te keuren. Het zorgde beide keren voor een ‘government shutdown’. Clinton was slim en wees met beschuldigende vinger naar de Republikeinen; het Amerikaanse volk stond achter haar president en beide keren krabbelde de GOP terug en gaf het toe aan de plannen van de Democraten.

Lewinsky
De slimme aanpak van de president wierp bij de verkiezingen van 1996 haar vruchten af. Clinton won deze overtuigend van tegenstander Bob Dole en wat volgde was een periode van economische bloei. Door de nederlaag van de Republikeinse kandidaat zochten vooraanstaande leden van die partij een zondebok. In plaats naar van naar zichzelf te kijken en interne hervormingen door te voeren, wezen ze en masse naar Newt Gingrich en Trent Lott (meerderheidsleider in de Senaat). Zij hadden een akkoord met het Witte Huis gesloten. In diezelfde periode zochten de Republikeinen naar munitie om Clinton aan te pakken. Het leidde in eerste instantie tot het Whitewater schandaal. Een controverse waarbij vastgoed investeringen door de president en zijn vrouw in de jaren zeventig in een kwaad daglicht werden gesteld. De beschuldigingen waren echter te mager om Clinton echt in de problemen te brengen. Hoe anders zou dat worden in januari 1998 toen de Monica Lewinsky affaire aan het licht kwam. Bijna het hele jaar stond Clinton onder druk en de affaire met zijn stagiaire leidde bijna tot een vervroegd einde van zijn presidentschap. Hoewel de Republikeinen hoopten hiermee te scoren, wilde het Amerikaanse volk niets van deze beschuldigingen weten. Clinton bleef populair en bij de midterms van 1998 behielden de Democraten hun meerderheid in de Senaat en wonnen vijf zetels in het Huis van Afgevaardigden. Deze mislukte aanpak betekende zowel het definitieve einde van Newt Gingrich als ook meer onrust binnen de Republikeinse partij.

11 september
Toch is het de GOP die twee jaar later de verkiezingen winnen. Waarom wisten de Democraten geen gebruik te maken van de economische voorspoed die onder Clinton was opgebouwd? Ten eerste distantieerde hun kandidaat Al Gore zich van de schandalen rondom Clinton, maar dus indirect ook van de resultaten die deze regering (waar hij zelf vicepresident was) had neergezet. Hij beloofde een nieuwe toekomst en presenteerde een eigen koers, maar maakte tijdens zijn campagne geen sterke indruk. Mede daardoor lukte het de onafhankelijke kandidaat Ralph Nader om veel kiezers bij de Democraten weg te plukken. Het gevolg: geen nieuwe Democraat in het Witte Huis. De nieuwe Republikeinse president George Bush was van meet af aan niet populair bij de Amerikanen, maar die situatie veranderde snel door de aanslagen van 11 september 2001. Het volk zag in hem een strijdbare president en de Republikeinen waanden zich oppermachtig. De strijd in Irak en Afghanistan kreeg in eerste alle goedkeuring, maar na zijn herverkiezing in 2004 veranderde de situatie en sleepte Bush zich van de ene ramp naar de andere. Irak werd een fiasco en snel daarna volgde orkaan Katrina (waardoor de staat New Orleans in een rampgebied veranderde) en liet de Bush-regering zich wederom niet van haar beste kant zien. Weer een jaar later ontstond de eerste onrust op de financiële markten. In januari 2008 kondigde Bush een stimuleringspakket aan, maar deze bleek niet voldoende. In de daaropvolgende zomer bevond Amerika (en een groot deel van de wereld) zich plots in de grootste financiële crisis sinds de jaren dertig. Voor het Amerikaanse volk was de oorzaak duidelijk: de Republikeinen hadden gefaald. En midden in die economische malaise waren er nieuwe presidentsverkiezingen.

De winst van de Democraat Barack Obama was een klein mijlpaal voor de Civil Rights Revolution. De keuze van de eerste zwarte Amerikaanse president zou volgens sommigen een definitief einde maken aan de strijd die sinds de jaren zestig aan de gang was. De keuze voor Obama leidde in ieder geval een nieuw Liberaal tijdperk in. Niet alleen was hij gekozen tot president, ook wonnen de Democraten de meerderheid bij de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Toch werd al snel duidelijk dat de onervaren Obama niet voldoende op zijn taak was voorbereid. Zijn uitverkiezing leidde tot maatschappelijke en politieke gevolgen die de strijd tussen beide partijen nu nog steeds bepalen. Als buitenstaander beloofde hij een einde aan de patstelling tussen de Democraten en Republikeinen, maar wat volgde was een verder groeiende polarisatie. Deze ontwikkelingen staan centraal in het laatste deel van dit drieluik.

Rob

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Andere blog berichten

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Rob Buchholz

Rob Buchholz is een blogging platform waar Rob voortdurend blogs schrijft over verschillende onderwerpen.

© 2021 – Website gemaakt door Venlonline