De polarisatie van Amerika – Deel 1: 1964-1994

2020 is het jaar van de 59e Amerikaanse verkiezingen. Belangrijke verkiezingen want de polarisatie is in het land onder het bewind van president Trump enorm toegenomen.De toegenomen polarisatie ligt met name aan de Republikeinen en is dankzij vier jaar Trump versterkt. De basis van deze polarisatie ligt in de jaren 60. Hoe heeft het zover kunnen komen? Een overzicht van 50 jaar Amerikaanse politieke ontwikkelingen in drie delen.

Het is 1964 als de Democraat Lyndon B. Johnson de verkiezingen wint van de rechtse Barry Goldwater en er tevens een liberale meerderheid in het Congres ontstaat. Goldwater was de favoriet van vooraanstaande conservatieven; een groep die in die jaren sterk aan populariteit won dankzij de Koude Oorlog (het communisme) en het New Deal programma van Franklin Roosevelt. Deze president (van 1933 tot 1945) hielp de Amerikaanse burgers de gevolgen van de Great Depression te overwinnen. Voor de Republikeinen stond dit hulpprogramma haaks op belangrijke Amerikaanse kernwaarden als ondernemerschap, vrijheid en groei. Juist de Liberalen (democraten) steunden deze New Deal. Daar tegen over stond dat de Republikein Goldwater enorm populair was bij de blanken in de Zuidelijke Staten; dit waren de aanhangers van de rassensegregatie en dus tegen de opkomende Civil Rights Movement ageerden. Een beweging die een einde moest maken aan rassendiscriminatie. Johnson wilde juist het werk van Roosevelt (de New Deal) voltooien. Hij richtte zich onder andere op armoede en hervorming van het zorgstelsel. Tevens omarmde hij de Civil Rights Movement en dus rassengelijkheid.

1968: een roerig jaar

De aanpak van de gekozen Johnson zorgde er echter voor dat de Democraten veel kiezers verloren in de Zuidelijke Staten. Tijdens de midterm verkiezingen van 1966 waren het dan ook de Republikeinen die politieke winst boekte. Deze partij koos steeds meer voor het in de Zuidelijke Staten heersende gedachtegoed. Het gevolg was dat de GOP hierdoor echter steeds verder van het eigen oorspronkelijke gedachtegoed kwam af te staan. Het sprak echter veel Amerikanen aan want zelfs blanken in het Noorden van de VS stapten over van de Democraten naar de Republikeinen. Deze ontwikkeling leidde tot verdeeldheid binnen Johnsons eigen partij; zeker toen bleek dat zijn aanpak in de Vietnamoorlog faalde. Alle Democratische hoop tijdens de verkiezingen van 1968 was dan ook gericht op Robert Kennedy. Helaas werd hij in juni van dat jaar vermoord. 1968 was een roerig jaar want twee maanden eerder overkwam dominee en politiek leider Martin Luther King hetzelfde lot. Deze periode was dan ook bijzonder pijnlijk voor Liberaal Amerika. Al deze maatschappelijke en politieke ontwikkelingen maakten de weg vrij voor de – in eerste instantie – gematigde Republikein Richard Nixon om de verkiezingen in dat jaar te winnen.

Nixon bleek gematigd omdat hij eigenlijk de New Deal principes van de Democratische presidenten Roosevelt en Johnson wilde voortzetten. Uiteindelijk veroorzaakte hij tijdens zijn regeerperiode een voortdurende radicalisering binnen de partij en zorgde hij daardoor voor een verdere verandering binnen de Amerikaanse politiek. Zo vertraagde hij de desintegratieplannen en sprak hij opruiende taal die veel Republikeinse politici en aanhangers overnamen. Zij zagen Democraten als decadente kakkers, schaamteloos en hautain. De Liberalen waren daarentegen echter nog steeds bezig om het jaar 1968 te verwerken en de Democraten leken meer versplintert dan ooit te voren. George McGovern (een vriend van de vermoorde Robert Kennedy) won in 1972 de nominatie bij de Democraten, maar voerde een desastreuze campagne en werd vervolgens verplettert door de zittende president Nixon. De verrechtsing van Amerika werd tijdens zijn ambtstermijn steeds duidelijker. Zelfs na zijn aftreden in 1974 (als gevolg van het Watergate schandaal) bleven de Republikeinen extremer in hun politieke standpunten. Sterker: de meest conservatieve leden van de partij bleken Nixon nooit echt vertrouwd te hebben en schaarden zich tijdens de verkiezingen van 1976 al achter de Gouverneur van Californië: Ronald Reagan.

1974:Herwaardering van Democraten

Toch was het de meer gematigde Gerald Ford (voormalig vicepresident en dus opvolger van de afgezette Nixon) die de nominatie bij de Republikeinen won voor de verkiezingen van 1976. Het Watergate schandaal zorgde echter al bij de midterms van 1974 voor een herwaardering van de Democraten en twee jaar later won de uit Georgia Jimmy Carter dan ook de presidentverkiezingen van Ford. Mede door zijn afkomst won Carter veel stemmen bij de zwarte bevolking in het Zuiden van de VS. Civil Rights activist Andrew Young zei dan ook: “The hands that picked cotton finally picked the President.” Veel Democraten spraken de hoop uit dat het Liberalisme weer snel aan terrein zou winnen. De Democraat Carter kreeg echter te maken met flinke internationale problemen (mensenrechten, Afghanistan, Iran) plus de oliecrisis in eigen land. Hij oogde niet sterk en steeds meer liberalen spraken duidelijk hun steun uit voor Edward Kennedy. Het zorgde voor een verdeeld bij de democraten waardoor de partij zichzelf de das om deed. Het waren problemen die funest bleken te zijn tijdens de verkiezingen van 1980 en waardoor de Republikein Reagan zijn kans pakte.

De winst van de voormalig acteur was belangrijk voor de rechtervleugel van zijn partij. Tevens betekende zijn benoeming het einde van het New Deal programma en het Great Society Liberalisme. Reagan was aanhanger van een Laisser-faire (vrije productie en handelsverkeer) leiderschapsstijl. Het aanbod nam toe, de rijken kregen dankzij belastingverlagingen meer fiscale voordelen en er was een duidelijke groei waarneembaar van conservatieve denktanks. Tijdens de twee termijnen van Reagan radicaliseerde de GOP verder, maar verdrievoudigde ook de nationale schuld van 900 miljard naar 2.7 triljard. Na twee termijnen Reagan nam George Bush sr. het stokje bij de Republikein over. Tijdens de partijconventie in 1988 sprak hij de legendarische woorden: “Read my lips, no new taxes.” Tevens leek de gematigde Bush te kiezen voor een gematigde, meer maatschappelijke aanpak dan zijn voorganger. In 1990 toonde hij echter al zijn ware gezicht. Omdat Reagan hem met een financiële puinhoop had achtergelaten moest hij terugkomen op zijn ‘no new taxes’ belofte. Het gevolg: het stempel van een bedrieger. Een nieuwe generatie binnen de partij – onder aanvoering van Newt Gingrich – kwam in opstand. Deze groepering schoof de conservatieve Patrick Buchanan voor de verkiezingen van 1992 naar voren. Deze maakte direct een statement door de democraten weg te zetten als een partij voor radicale feministen en militante homoseksuelen. Twee groepen die volgens hem er op uit waren om alle fatsoen binnen de VS te vernietigen. “Op een dag zijn we zelf de Koude Oorlog,” aldus Buchanan.

1992 : Sociale aanpak van Clinton

Het optimisme uit de Reagan-jaren sloeg over naar de razernij van Buchanan. Spottend werden de Republikeinen als God’s Own Party genoemd. Deze ontwikkelingen maakten de weg vrij voor de jonge Democraat Bill Clinton. Het was zijn taak om de kiezers die in de loop der jaren wegens verschillen over rassen en geloof naar de Republikeinen waren overgestapt terug te winnen. Tevens kreeg hij als taak om de Liberale politiek van een nieuw fundament te voorzien. Clinton richtte zijn pijlen daarom op de Amerikaanse middenklasse en gebruikte daarbij de slogan: “Putting People First.” Zijn afkomst uit het zuidelijke Arkansas bleek een voordeel om tegen het beeld te vechten dat louter decadente politici uit het Noorden van het land het bij de Democraten aan het roer stonden. Sociale aspecten als het hervormen van de gezondheidszorg en minder bureaucratie waren belangrijke aspecten binnen zijn programma. Toch waren sommige Democraten niet blij met zijn aanpak om het liberalisme te vernieuwen. Republikeinen zagen in hem juist hierdoor een serieuze bedreiging voor hun partij en zij probeerden zijn hervormingsplannen neer te slaan. Het resultaat: Clinton wist zijn Health Care plannen niet op juiste wijze te ontwikkelen en het voorstel haalden dan ook niet eens een stemming binnen het Congres. De Republikeinen maakten hier gebruik van en lanceerden een document bij de midterms van 1994 met de naam: ‘Contract with America.’

Opnieuw zetten zij de Democraten in minder vleiende vormen weg als: verraders, pathetisch en verantwoordelijk voor het morele verval van het land. Het gevolg: in november 1994 pakten de Republikeinen de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. Newt Gingrich word voorzitter (speaker).

Later deel 2

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Andere blog berichten

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Rob Buchholz

Rob Buchholz is een blogging platform waar Rob voortdurend blogs schrijft over verschillende onderwerpen.

© 2021 – Website gemaakt door Venlonline